Waarom tredmolen niet werkt

In dit bericht hier op MelkenoverdeGrens ging het over de tredmolen. Niels Röling zou natuurlijk geen professor zijn als hij het zou laten bij een beschrijving van de tredmolen. Hij legt uit waarom we (zowel spraakmakende boeren als de politiek) de tredmolen ondanks de nadelen toch aantrekkelijk blijven vinden. Als hij vervolgens de nadelen op een rij zet krab ik toch weer eens achter mijn oren…..
Röling:
Model Tredmolen blijft populair. ‘Hier is geen speld tussen te krijgen.’
Beleid gebaseerd op de tredmolen heeft een aantal positieve kanten. De voordelen van
technologische vernieuwing worden doorgegeven aan de consument in de vorm van goedkoop
voedsel. Een ei bijvoorbeeld heeft nog steeds dezelfde nominale waarde als in de zestiger jaren.
We geven nog maar 10% van ons inkomen uit aan voedsel. Daarvan gaat slechts een fractie naar
de primaire producent. De structuur van de landbouw maakt het boeren onmogelijk de beloning
voor hun grotere efficiëntie vast te houden.Voorts wordt arbeid uit de landbouw vrij gemaakt, één boer kan nu makkelijk honderd mensen
voeden.Als de tredmolen op nationaal niveau goed werkt in vergelijking met omringende landen,
versterkt de nationale landbouwsector zijn concurrentiepositie.Een groot voordeel is voorts dat de spraakmakende boeren niet protesteren tegen de tredmolen.
Zij profiteren er immers van. Een boer in de tredmolen verdient goed als hij voorop loopt. Je hebt
dus niet, zoals in de industrie, te maken met vakbonden die beloning zoeken voor grotere
arbeidsproductiviteit.Een laatste voordeel voor het beleid is dat de tredmolen blijft draaien door relatief kleine
investeringen in onderzoek en voorlichting. Deze hebben een hoog rendement.Al met al is het geen wonder dat het beleid de tredmolen als uitgangspunt hanteert. De tredmolen
vertegenwoordigt markwerking in zijn puurste vorm.Nu naar mondiale tredmolen
Volgens de WTO moeten we nu naar een mondiale tredmolen toe. De vier miljoen kleine boertjes
in Polen bijvoorbeeld moeten snel het veld ruimen zodat de Poolse landbouw ‘concurrerend’ kan
worden. Een concurrerende landbouw, dat is het toverwoord, ook voor de Nederlandse landbouw.De tredmolen heeft een aantal negatieve gevolgen, die
steeds minder aanvaardbaar zijn.De negatieve gevolgen van de tredmolen
- Niet consumenten maar input leveranciers, voedingsindustrieën en supermarkten pakken vaak de meerwaarde van de grotere efficiëntie. Grote corporaties zijn hard op weg de concurrentie in de landbouw ongedaan te maken. Alleen de boer wordt afgeknepen;
- De tredmolen draait minder naarmate het aantal boeren afneemt en hun homogeniteit toeneemt. De tredmolen als beleidsinstrument heeft een beperkte levenscyclus;
- De tredmolen is niet in staat om boeren een paritair inkomen te verschaffen. Dat blijkt uit de subsidies die wij aan onze boeren geven. We willen de subsidiestroom verleggen, maar hebben nog geen goed alternatief;
- De concurrentiestrijd stimuleert niet-duurzame vormen van landbouw (gebruik van pesticiden en hormonen, verlies van biodiversiteit, onveilig voedsel, etc.). De tredmolen is tegenstrijdig met natuurbeheer, drinkwatervoorziening, landschapsbehoud, en andere ecologische diensten.
- De tredmolen leidt tot verlies van lokale kennis, culturele diversiteit, etc.
- Een mondiaal werkende tredmolen zet boeren in heel verschillende stadia van technologische ontwikkeling en toegang tot productiemiddelen op een niet faire wijze tegenover elkaar. Hoewel de arbeidkosten in de landbouw in industrielandden veel hoger zijn dan in ontwikkelingslanden, is de arbeidsproductiviteit in de eerste nog veel hoger dan in de laatste. Kleine boeren in ontwikkelingslanden hebben in de mondiale tredmolen niet veel kans. Zij kunnen hun landbouw niet tot ontwikkeling brengen.
- De tredmolen leidt tot korte termijn aanpassingen die gevaarlijk kunnen zijn voor de wereldvoedselvoorziening. Ik denk bijvoorbeeld aan het mogelijk verdwijnen van de akkerbouw uit Nederland. In de VS heeft men het over de ‘Blank hypothesis’: de landbouw zal uit Amerika verdwijnen omdat men het voedsel elders goedkoper kan produceren. Daar zullen de nieuwe subsidies misschien een stokje voor steken. Maar je kunt wel stellen dat de tredmolen de bijdrage van de meest productieve landbouwgebieden aan de voedselveiligheid niet noodzakelijkerwijze ondersteunt. Er zijn mensen die zeggen dat je met organische landbouw de wereld niet kunt voeden. Je kunt m.i. beter stellen dat je met de tredmolen de wereld niet kunt voeden.
Ik concludeer dat er binnen de grenzen van de tredmolen geen oplossing is voor belangrijke
problemen waar de wereld voor staat. Om de fractie van ons inkomen die naar primaire productie
gaat nog kleiner te maken, maken we steeds hogere geëxternaliseerde kosten. De markt faalt waar
het een duurzame landbouw en wereldvoedselvoorziening betreft.(bron: afscheidscollege 2002, Prof. Dr. Ir. Niels Röling, WUR)
Geplaatst door: Josien Kapma op november 12, 2009 om 6:00
Laat uw reactie achter










