Friday, May 18, 2012

Quotum afschaffing en concurrentiepositie

Ter voorbereiding op de afschaffing van quotum in 2015 is het LEI aan het werk gezet door het ministerie van LNV. Wat zijn de consequenties van de hervormingen voor Nederland? Hoe zorgen we voor een zachte landing, met name voor Nederlandse boeren?

Hoe zorgen voor een zachte landing?

De uitkomst staat in dit rapport, gratis op te vragen (engelstalig): “de meer  efficiënte lidstaten, regio’s en boeren zijn in een nadelige positie omdat de quotabeperkingen hen belemmeren in hun aanpassingsproces.” Oftewel, om straks de lagere prijzen en grotere prijsfluctuaties aan te kunnen, is een grotere schaal per bedrijf nodig. In Nederland is het duur en lastig om uit te breiden, omdat het quotum nog altijd beperkend is en dus een (hoge) prijs heeft.

Voorbereiding op 2015: Nederland versus landen die onder quotum melken

Vergelijk de situatie met Portugal. Hier wordt al jaren onder het landenquotum gemolken, het quotum heeft slechts een zeer lage prijs en bovendien melken individuele boeren zonder consequenties soms ruim over hun qutom heen. De grote boeren in Portugal kunnen dus relatief goedkoop uitbreiden en zich voorbereiden op de toekomst, terwijl boeren in landen met een zeer sterke melkveesector (zoals NL) dat niet kunnen.

Dat in Portugal wellicht 60% van de boeren (namelijk alle kleintjes, en dat zijn er nogal wat) kapot gaat aan de hervormingen, laat de studie even buiten beschouwing. Inderdaad, de overige 40% kan relatief goedkoop schaalvergroten. Waarvoor de meerderheid toch het geld niet heeft.

De inhoud van het rapport

Het rapport bespreekt de volgende instrumenten om dit effect te verzachten:

  1. -gelijkmatige prijsaanpassingen;
  2. -aanpassingen in quota en superheffing;
  3. -aanvullend beleid;
  4. -onderdrukking van prijsfluctuaties door publieke en private maatregelen.

1. Prijsaanpassingen

Bij de afschaf in 2015 wil men prijsschokken voorkomen. Daarom worden quota nu al jaarlijks verruimd en interventieprijzen verlaagd. De verruiming heeft over de hele EU niet geleid tot grotere produktie, maar de lagere interventieprijzen werden goed gevoeld toen de vraag dankzij de crisis instortte.

2. Beleid met betrekking tot quota

Er worden 3 opties overwogen: verruiming van de quota, verhandelbaarheid van quota en verlaging van de superheffing.

Verruiming van quota heeft niet geleid tot grotere produktie. Iedere lidstaat heeft een proportioneel deel verruiming gekregen, terwijl produktiekosten verschillen per lidstaat. Gevolg is hierboven beschreven: in sommige lidstaten is het quotum beperkend, terwijl in andere het al vrijwel irrelevant geworden. Dus in sommige lidstaten geldt nog het door quotum gereguleerde regime, terwijl in andere de marktsignalen al rechtstreeks gevoeld worden. In de door quotum beperkte lidstaten zou het zg. ‘frontloading’ overwogen kunnen worden, hiermee wordt bedoeld het naar een eerdere datum halen van reeds geplande quotumverruiming.

Verhandelbaar laten zijn van quotum binnen, maar ook tussen lidstaten kan helpen om binnen de EU een marktgeoriënteerde melkproduktie te verkrijgen. Regios of landen met ongebruikt quotum zouden op die manier geld kunnen krijgen wat ingezet kan worden voor sanering van de sector. Dit zou per veiling kunnen gebeuren: dan geeft het efficiënte melkveehouderijbedrijven de kansen die ze zoeken. het kan ook door een administratieve herverdeling. Wellicht leidt het zelfs tot een eerdere afschaffing van het hele quotumsysteem.

Verlaging van superheffing zou kunnen helpen om overschrijding van het melkquotum mogelijk te maken voor boeren die zodanig efficiënt zijn dat ze zich dit kunnen veroorloven.

3. Aanvullend beleid

Plattelandsontwikkelingsfondsen zijn beschikbaar voor de gebieden waar de melkproduktie minder zal worden.

4. Prijsfluctuaties

Grotere prijsfluctuaties in de toekomst zijn niet alleen gevolg van het meer liberale Gemeenschappelijk Landbouw Beleid, maar ook van globalisatie in het algemeen: de markten zijn steeds meer onderling verbonden en financiële en energiemarkten beinvloeden de rest. Maatregelen om dit te beperken kunnen liggen in de private of de publieke sfeer.

Verwerkers kunnen het volgende doen:

  • -werken aan sterke merkprodukten: deze zijn over het algemeen minder gevoelig voor prijsfluctuaties
  • -portfolio diversificatie: om minder gevoelig te zijn voor schokken
  • -voorwaartse contracten: vrijwillige contracten tussen primaire producenten en verwerkers over melkprijzen in de toekomst
  • -markt voor zg. ‘futures‘: dit zijn markt-gebaseerde termijn-contracten om risico’s te beheersen. In de EU bestaat dit niet, in de US wel.
  • -mergers: door tot nog grotere bedrijven te fuseren kan een grotere spreiding in markten, clienten en geografie verkregen worden.

Boeren kunnen het volgende doen:

  • -contracten en futures: voor boeren geldt eveneens de mogelijkheid van contracten en futures.
  • -verzekeringen: zo kunnen risico’s gespreid worden over meerdere betrokkenen
  • -single farm payments van de EU (melkpremie in NL, RPU in portugal): deze ondersteunen het boereninkomen.

Het beleid kan het volgende doen:

  • interventie
  • ondersteuning van voorraden in private handen
  • buffer voorraden
  • anti-cyclische betaling
  • markt informatie

Conclusies van het rapport

De structurele aanpassingen in de sector zouden vergemakkelijkt worden als tussen lidstaten quotum verhandeld kon worden en als quotumuitbreiding plaatsvond in landen waar het quotum nu nog bindend is.
Voor het dempen van prijsfluctuaties zijn termijncontracten en termijnmarkten mogelijk een optie, maar een gedegen analyse van de mogelijke effecten van deze maatregelen vergt meer onderzoek.

Geplaatst door: Josien Kapma op mei 25, 2010 om 13:00

Comments

One Response to “Quotum afschaffing en concurrentiepositie”
  1. Josien Josien Kapma zegt:

    Wat zou het betekenen als quotum inderdaad verhandelbaar zou worden? Zou dit nu de inzet van lobby worden?

Laat uw reactie achter

home | top