Saturday, September 4, 2010

Melk en je kan…

on 26 juni 2010

If you can see this, then you might need a Flash Player upgrade or you need to install Flash Player if it's missing. Get Flash Player from Adobe.

Subsidie-infuus ~Vragen

on 13 juni 2010

Zie nog even dat rapport wat ik eerder besprak, ‘Farm Viability’, over de effecten van het stoppen van subsidies. Bij mij rijzen nogal wat vragen als ik dat rapport lees.

1. Efficiente gebieden grootste impact?

Het hele marktreguleringssysteem met quota en subsidies moest op de schop, zodat we vooral binnen Europa melk zouden gaan produceren daar waar dat het goedkoopste kan. Hoe is het mogelijk dat de typische melkgebieden als Denemarken en Oost Duitsland, het meest lijden onder de mogelijke afschaffing van subsidies? Die gebieden gingen toch juist profiteren?

2. In Zuid Europa geen impact?

Heel de zuidEuropese melkveesector lijkt in de studie niet of nauwelijks negatief beïnvloed te worden in het geval van afschaffing van subsidies. Zie bijvoorbeeld het kaartje in Figure 4.5: op 1 regiootje in Italie na, zouden Portugal, Spanje, Italie en Griekenland nauwelijks impact ondervinden. Of Table 5.1: Portugal: 79% (Categorie 1 en 2 opgeteld) heeft geen probleem met economisch resultaat;  Slechts 16% (Categorie 4 en 5 opgeteld) heeft een probleem.

Dat is niet zo. Ik begrijp niet goed waar dit aan ligt.

De studie geeft wel een aantal kanttekeningen:

  • -alleen eerste orde effecten zijn in kaart gebracht.
  • -aandeel van subsidie in totale landbouw productie is sterk verschillend per land (NL: laagste, minder dan 10%, Ierland, Finland tot wel 60%), per sector (veel subsidie: vleesvee, akkerbouw. Geen subsidie: tuinbouw, instensieve veehouderij) en per regio (bergboerenregeling etc)
  • -dataverzameling in melk was in de jaren 2004-2006, daarna kwam een piek (2007/8) en een crisis (2008/9). Ontkoppeling was voor een aantal landen pas in 2007.
  • -de dataset waar het rapport gebruik van maakt is FADN. Deze neemt alleen ‘commerciële’ boerenbedrijven mee. De drempel is per land verschillend. Met name in nieuwe lidstaten is het aandeel niet-commerciële boerenbedrijven groot. (in NL zijn 80% van de bedrijven meegerekend, in Pt slechts de 40% ‘commerciele’ (dus, de 40% grootste).

Een opmerking op een Brits boerenforum geeft een deel van de verklaring. De bedrijven in Noord West Europa zijn misschien groter en goed gemanaged, maar de marges zijn daarom ook maar heel smal en de bedrijven zijn in hoge mate gekapitaliseerd. In zijn eigen woorden:

Also the North West of Europe isn’t all that efficient, we produce large volumes at low margin, so we don’t have the resiliance, if there is a small cut in the margin, we produce large volumes at a loss. The report reckons that our low margins are due to high overhead costs

basically we use a lot of borrowed money, have expensive land and use a lot of paid labour. All of these push up overhead costs and make us less efficient and less resiliant when compared to those countries that don’t do this

We may need to look at how we measure efficiency. We’ve been taught by banks and government that efficiency is maximising output and running expensive highly capitalised businesses. Well they would tell us that wouldn’t they  :o)

Perhaps efficency is really running a business that can pay you a decent living year after year after year, allowing you to build up a pension and generally have a reasonable lifestyle  :o)

(jim webster, here)

3. Subsidie afhankelijkheid hangt samen met quotum

De effecten van quotumverruimingen werken heel verschillend uit op verschillende lidstaten. (Zagen we in die andere LEI studie. ) In landen als Zweden en Portugal is quotum nu al geen factor van belang meer, in NL is het nog altijd de grootste rem op uitbreiding en een akelige opdrijver van de kostprijs van een liter melk.

Hoe verhouden de effecten van quotum zich tot de subsidieafhankelijkheid? Het lijkt alsof de hoog gekapitaliseerde landen het meest profijt hebben bij quotumafschaffing. Het subsidieverhaal zou er in de melkveehouderij wel eens helemaal irrelevant door kunnen worden.

Hoe veranderen verhoudingen in EU?

Tenslotte: Hoe veranderen de onderlinge concurrentieposities in de EU? Deze studie is gedaan door het LEI maar de opdrachtgever was het landbouwministerie in Verenigd Koninkrijk. Kortom NW Europa verschaft zichzelf goed gedocumenteerde ‘bewijzen’, desnoods uit een ander land om maar betrouwbaar te zijn. Zo proberen ze ieder om de eigen hoog-gekapitaliseerde boerenbedrijven in de benen te houden, en elkaar de melkmarkt te bevechten. Onderwijl verdwijnt een hele boerenstand geruisloos in Zuid Europa… een boerenstand die alleen een eigen lokale markt voorziet van melk en dus niemand in de weg zit, maar wel een pijler is (was?) voor de plattelandseconomie.

Waarom is daar niet meer onderzoek van bekend?

Quotum afschaffing en concurrentiepositie

on 25 mei 2010

Ter voorbereiding op de afschaffing van quotum in 2015 is het LEI aan het werk gezet door het ministerie van LNV. Wat zijn de consequenties van de hervormingen voor Nederland? Hoe zorgen we voor een zachte landing, met name voor Nederlandse boeren?

Hoe zorgen voor een zachte landing?

De uitkomst staat in dit rapport, gratis op te vragen (engelstalig): “de meer  efficiënte lidstaten, regio’s en boeren zijn in een nadelige positie omdat de quotabeperkingen hen belemmeren in hun aanpassingsproces.” Oftewel, om straks de lagere prijzen en grotere prijsfluctuaties aan te kunnen, is een grotere schaal per bedrijf nodig. In Nederland is het duur en lastig om uit te breiden, omdat het quotum nog altijd beperkend is en dus een (hoge) prijs heeft. WAIT! There is more to read… read on »

Is er toekomst voor de melkveehouderij?

on 16 april 2010

Sommige sms’jes zijn duurder dan andere. Bij ons zijn de sms’jes die we ontvangen het duurst. Gister (15 april) kregen we er zo een: Melkprijs gaat omlaag. Per 1 april, oftewel met terugwerkende kracht.  Met hoeveel omlaag, dat stond er niet bij. Het kwam onverwacht, omdat de noteringen al 4 weken op rij stijgen. Wordt zuid-europa kind van de rekening binnen de EU? Wat als het niet beter wordt? Zo’n berichtje stemt tot denken en vrezen: waar gaat het heen met de melkveehouderij?

Een ontmoeting vandaag met twee jonge boeren uit Nederland brengt het antwoord: het komt wel goed. Twee studiegenoten van de HAS, een jongen en een meisje (geen stel).
Hij zit in de maatschap. Tussen het melken door doet hij een fulltime kantoorjob, ’s avonds bestuurswerk en op vakantie is op studiereis.
Zij laat de maatschap thuis als mogelijkheid voor een zus die ook boer wil worden en kiest voor buitenland. Werkt als medewerker en gaat vast ooit een keer ergens voor zichzelf beginnen.

Voor beide zie ik het helemaal voor me dat ze een bedrijf leiden. Reële jonge mensen met kennis van zaken. Ze weten dat ze niet voor een makkelijk beroep kiezen. Maar ze weten nog zekerder dat het wel een mooi beroep is.

Iedere koe zijn eigen ritme

on 14 april 2010

Bertha48 geeft dankbaar meer melk bij een paar handjes extra brok, maar Martha krijgt niks want die wordt er alleen maar vet van.

Jannie gaat wat later bij de stier want die bleef de afgelopen lactatie heel mooi op nivo met de melkgift.

Grotere koppels: uniformiteit in de koeien

Bij groeiende aantallen koeien is er geen vrijwel geen ruimte meer voor zulk soort overwegingen op koenivo, waar je de koeien goed voor moet kennen. Protocollen, zoveel mogelijk een vaste gang van zaken, zodat koeien en mensen op het bedrijf weten waar ze aan toe zijn. Efficiency en controleerbaarheid. Als koeien niet mee kunnen in het systeem is dat op korte of langere termijn reden voor afvoer. Daarom is het belangrijk dat er uniformiteit in het koppel zit.

ICT verandert de zaak

Terwijl we nog volop bezig zijn om de optimale gang van zaken voor groeiende koppels onder de knie te krijgen, verandert de voortschrijdende ICT alweer de hele boel. Precisiemelkveehouderij komt eraan, waar data uit de melkstal op individueel koe nivo omgezet wordt in managementacties of -adviezen.

dynamisch voeren

Ik lees in de Boerderij over dynamisch voeren, waarbij de krachtvoergift iedere dag opnieuw per koe aangepast wordt op de gemeten melkgift. Zolang een koe respons geeft op meer krachtvoer in de vorm van meer melk, gaat de krachtvoergift omhoog. Als het optimum bereikt is, gaat de krachtvoergift omlaag, om te kijken of de koe het produktienivo kan vasthouden op minder krachtvoer. Daalt de melkgift daarop, dan gaat de krachtvoergift weer iets omhoog. Het systeem wordt gevoed met voer en melkprijs, omdat het optimum natuurlijk beïnvloed wordt door prijzen. Zo voer je dus altijd economisch op het scherpst, wat dus heel anders kan zijn dan het meeste aantal liters.

dynamisch melkinterval

Ook uit de Boerderij komt het dynamisch melkinterval wat Lely (bij melkrobots) daaraan koppelt. Het is bedoeld om de robotcapaciteit optimaal te benutten. Het principe is hetzelfde: over het algemeen stijgen koeien in produktie bij vaker melken. Bij dynamisch interval zoekt het systeem naar het optimale aantal melkingen per dag voor iedere individuele koe. Dus vaker melken totdat zich dat niet langer terugverdient, en dan kijken of de produktie vastgehouden wordt bij minder melkingen per dag.

tussenkalftijd optimaliseren op lactatiecurve van individuele koe

Bij netwerken in de veehouderij gaat men kijken naar de optimalisatie van tussenkalftijd voor individuele koeien. Is het mogelijk met een individueel inseminatieadvies het economisch bedrijfsresultaat te verbeteren? (Dit is trouwens een discussie die Wout en Wilfried hier al een tijd geleden over voerden.)

Onder Nederlandse omstandigheden kost een verlenging van de tussenkalftijd op bedrijfsniveau nog steeds geld, afhankelijk van het melkproductieniveau. Dit wordt mede veroorzaakt door grote verschillen in de lactatiecurves van individuele koeien. Hierdoor is de melkproductie voor minder persistente koeien op het einde van een verlengde lactatie te laag om kostenefficiënt te zijn. Een op de individuele koe afgestemde tussenkalftijd kan mogelijk wel kostprijsverlagend werken.

Kostprijsverhogend of kostprijsverlagend?

Dus individualisering dringt nu ook al door in de dierenwereld. Of is dit juist de goede dingen van vroeger terughalen? Iedere koe op de individuele wenken bediend. Is dit werkplezier verhogend? Is het fijn voor koeien? Betekent het dat koppels weer diverser mogen worden?

Werkbaar bij grote koppels? Kostprijsverlagend of alleen maar kostprijsverhogend?

Wat vinden jullie van deze ontwikkelingen?

Meer info:
dynamisch voeren
Netwerk tussenkalftijd

RNW ontdekt de ‘agro expats’

on 6 april 2010

RNW, de wereldomroep, is bedoeld voor Nederlanders in het buitenland. Hun site is erg goed voor nieuws vanuit Nederlandse invalhoek. Omdat de berichten in veel talen beschikbaar zijn, ook heel leuk om je niet-nederlandstalige vrienden en kennissen eens wat achtergrond te geven over Koninginnedag, of het Nederlandse euthanasiebeleid. Sinds kort ‘ontdekte’ RNW melkvee emigranten als doelgroep. Een mooie gelegenheid voor een nadere kennismaking over en weer, en voor ons om de melkveesector uit te leggen. Vaste lezers komen aan het woord (nav de oproep een tijdje geleden):

Goedkope grond, ruimte en vrijheid. Om die redenen vertrekken veel Nederlandse melkveehouders naar het buitenland. Maar ook daar moeten ze vechten voor hun bestaan, zeker nu de melkprijs wereldwijd zo laag ligt. Boerinnen Josien Kapma in Portugal, Monique Vos in Duitsland en Olga Reuvekamp in de Verenigde Staten over hun leven in het buitenland. Lees meer hier.

Welke bedrijfssystemen zijn meest robuust?

on 19 maart 2010

relatieve aandeel per kostensoort (uit bovengenoemd rapport)

Het LEI heeft het rapport ‘Trends and challenges in world dairy farming’ gepubliceerd (engels, down te loaden). Het is een verslag van het congres van Global Dairy Farmers in China in 2009.

LEI:

Tijdens het congres zijn de belangrijkste trends en uitdagingen besproken rond de melkveehouderij, door melkveehouders en vertegenwoordigers van de industrie.

Globalisering heeft een grote invloed op de ontwikkelingen in de melkveehouderij, evenals de verandering van productondersteuning naar regionaal beleid. Ook duurzaamheidsthema’s zoals klimaatverandering hebben invloed. Bij de huidige ontwikkelingen lijken vooral de grondloze bedrijfssystemen kwetsbaar te zijn. De ondernemers zijn op zoek naar innovaties in bedrijfssystemen, maar kijken ook nadrukkelijk naar de mogelijkheden in de keten om deze uitdagingen het hoofd te kunnen bieden.

Alfons Beldman is een van de samenstellers van dit rapport. Hij werkt bij het LEI, agrocenter voor duurzaam ondernemen.
In een gesprekje met Wout hier, stelt Alfons, net als in zijn rapport, dat grondloze bedrijven speelbal van de markt zijn. Wout Kranenburg stelt: ook grondeigenaar zijn kwetsbaar, immers juist de beleende grond is minder waard geworden.

Wat denk jij? Wat zie je om je heen? Welke bedrijfssystemen zijn het beste opgewassen tegen veranderende (markt) omstandigheden, en waarom?