Sunday, February 5, 2012

LTO melkmarkt bericht: Voorzichtig positief

on 6 juli 2010

LTO publiceerde de melkprijsvergelijking 2009, hier te downloaden (pdf).

Voor oa de Volkskrant was dit aanleiding om te berichten dat het melkveehouders weer goed gaat sinds de dramatische prijzen vorig jaar.

WAIT! There is more to read… read on »

Subsidie-infuus ~Vragen

on 13 juni 2010

Zie nog even dat rapport wat ik eerder besprak, ‘Farm Viability’, over de effecten van het stoppen van subsidies. Bij mij rijzen nogal wat vragen als ik dat rapport lees.

1. Efficiente gebieden grootste impact?

Het hele marktreguleringssysteem met quota en subsidies moest op de schop, zodat we vooral binnen Europa melk zouden gaan produceren daar waar dat het goedkoopste kan. Hoe is het mogelijk dat de typische melkgebieden als Denemarken en Oost Duitsland, het meest lijden onder de mogelijke afschaffing van subsidies? Die gebieden gingen toch juist profiteren?

2. In Zuid Europa geen impact?

Heel de zuidEuropese melkveesector lijkt in de studie niet of nauwelijks negatief beïnvloed te worden in het geval van afschaffing van subsidies. Zie bijvoorbeeld het kaartje in Figure 4.5: op 1 regiootje in Italie na, zouden Portugal, Spanje, Italie en Griekenland nauwelijks impact ondervinden. Of Table 5.1: Portugal: 79% (Categorie 1 en 2 opgeteld) heeft geen probleem met economisch resultaat;  Slechts 16% (Categorie 4 en 5 opgeteld) heeft een probleem.

Dat is niet zo. Ik begrijp niet goed waar dit aan ligt.

De studie geeft wel een aantal kanttekeningen:

  • -alleen eerste orde effecten zijn in kaart gebracht.
  • -aandeel van subsidie in totale landbouw productie is sterk verschillend per land (NL: laagste, minder dan 10%, Ierland, Finland tot wel 60%), per sector (veel subsidie: vleesvee, akkerbouw. Geen subsidie: tuinbouw, instensieve veehouderij) en per regio (bergboerenregeling etc)
  • -dataverzameling in melk was in de jaren 2004-2006, daarna kwam een piek (2007/8) en een crisis (2008/9). Ontkoppeling was voor een aantal landen pas in 2007.
  • -de dataset waar het rapport gebruik van maakt is FADN. Deze neemt alleen ‘commerciële’ boerenbedrijven mee. De drempel is per land verschillend. Met name in nieuwe lidstaten is het aandeel niet-commerciële boerenbedrijven groot. (in NL zijn 80% van de bedrijven meegerekend, in Pt slechts de 40% ‘commerciele’ (dus, de 40% grootste).

Een opmerking op een Brits boerenforum geeft een deel van de verklaring. De bedrijven in Noord West Europa zijn misschien groter en goed gemanaged, maar de marges zijn daarom ook maar heel smal en de bedrijven zijn in hoge mate gekapitaliseerd. In zijn eigen woorden:

Also the North West of Europe isn’t all that efficient, we produce large volumes at low margin, so we don’t have the resiliance, if there is a small cut in the margin, we produce large volumes at a loss. The report reckons that our low margins are due to high overhead costs

basically we use a lot of borrowed money, have expensive land and use a lot of paid labour. All of these push up overhead costs and make us less efficient and less resiliant when compared to those countries that don’t do this

We may need to look at how we measure efficiency. We’ve been taught by banks and government that efficiency is maximising output and running expensive highly capitalised businesses. Well they would tell us that wouldn’t they  :o)

Perhaps efficency is really running a business that can pay you a decent living year after year after year, allowing you to build up a pension and generally have a reasonable lifestyle  :o)

(jim webster, here)

3. Subsidie afhankelijkheid hangt samen met quotum

De effecten van quotumverruimingen werken heel verschillend uit op verschillende lidstaten. (Zagen we in die andere LEI studie. ) In landen als Zweden en Portugal is quotum nu al geen factor van belang meer, in NL is het nog altijd de grootste rem op uitbreiding en een akelige opdrijver van de kostprijs van een liter melk.

Hoe verhouden de effecten van quotum zich tot de subsidieafhankelijkheid? Het lijkt alsof de hoog gekapitaliseerde landen het meest profijt hebben bij quotumafschaffing. Het subsidieverhaal zou er in de melkveehouderij wel eens helemaal irrelevant door kunnen worden.

Hoe veranderen verhoudingen in EU?

Tenslotte: Hoe veranderen de onderlinge concurrentieposities in de EU? Deze studie is gedaan door het LEI maar de opdrachtgever was het landbouwministerie in Verenigd Koninkrijk. Kortom NW Europa verschaft zichzelf goed gedocumenteerde ‘bewijzen’, desnoods uit een ander land om maar betrouwbaar te zijn. Zo proberen ze ieder om de eigen hoog-gekapitaliseerde boerenbedrijven in de benen te houden, en elkaar de melkmarkt te bevechten. Onderwijl verdwijnt een hele boerenstand geruisloos in Zuid Europa… een boerenstand die alleen een eigen lokale markt voorziet van melk en dus niemand in de weg zit, maar wel een pijler is (was?) voor de plattelandseconomie.

Waarom is daar niet meer onderzoek van bekend?

Wie valt om als subsidie infuus eraf moet?

on 12 juni 2010

De kritiek op EU landbouwsubsidies is luid. Wat zou het betekenen voor landbouw in de EU landen als de subsidies afgeschaft zouden worden? Dat is de vraag die ten grondslag ligt aan deze LEI publicatie.

Farm viability

Landbouwbedrijven werden daarvoor ingedeeld in 5 klassen van levensvatbaarheid. De meest rode (rechter) categorie bedrijven was sowieso (zelfs met subsidie) al verlieslatend en dus ten dode opgeschreven. De lichtrode categorie schuift op naar rode cijfers, in het geval dat de subsidie wegvalt. De witte categorie kan -zonder subsidie- net ‘break-even’ draaien, maar is geen lange toekomst beschoren. De twee groene categorieën blijven -ook zonder subsidie- uit de rode cijfers. Voor de impact die het achterwege laten van de subsidie heeft, is dus vooral het aandeel categorie 3 en 4, wit en lichtrood interessant. Het blijkt dat op Europees nivo volgens deze studie, toch slechts een betrekkelijk klein aandeel van de bedrijven opschuift van ‘renderend’ naar ‘niet-renderend’. Het grootste deel, meer dan 73% van de melkveehouderijen in de EU is in categorie 2, met behoorlijke perspectieven. Minder dan 10% zit in de categorieen 3 en 4, dit zijn de bedrijven waar subsidie precies het verschil bepaalt tussen positief resultaat en negatief resultaat.

Opvallend is dat de oude EU landen het meest afhankelijk lijken te zijn geworden van subsidie. Oost Europa heeft minder ontvangen en is dus ook minder de klos mocht het ‘subsidieinfuus’ eruit getrokken worden.

Melkveehouderij

In de onderstaande grafiek zie je de resultaten voor melkveehouderij. (zowel “ontkoppelde” als produktie gerelateerde subsidies).

(De studie maakt de kanttekening dat de resultaten voor Griekenland, Nederland, Oostenrijk en Portugal te optimistisch zijn doordat ‘ontkoppeling’ daar pas in 2007 plaatsvond.)

Denemarken, Slowakije, Zweden, zijn de lidstaten met het kleinste aandeel melkveehouderijen die een rooskleurige toekomst hebben. Landen met een groot aandeel melkveebedrijven die zonder subsidie zullen verdwijnen (rode categorieen 4 en 5) zijn Slowakije, Malta, Denemarken, en in mindere mate Slovenie en Zweden.

Het leidt tot het volgende kaartje van impact van verdwijnen van subsidie op melkveebedrijven (met voorheen positief inkomen) in Europa:

H. Vrolijk et al.: Farm viability in the European Union; Assessment of the impact of changes in farm payments, LEI, Den Haag

Is er toekomst voor de melkveehouderij?

on 16 april 2010

Sommige sms’jes zijn duurder dan andere. Bij ons zijn de sms’jes die we ontvangen het duurst. Gister (15 april) kregen we er zo een: Melkprijs gaat omlaag. Per 1 april, oftewel met terugwerkende kracht.  Met hoeveel omlaag, dat stond er niet bij. Het kwam onverwacht, omdat de noteringen al 4 weken op rij stijgen. Wordt zuid-europa kind van de rekening binnen de EU? Wat als het niet beter wordt? Zo’n berichtje stemt tot denken en vrezen: waar gaat het heen met de melkveehouderij?

Een ontmoeting vandaag met twee jonge boeren uit Nederland brengt het antwoord: het komt wel goed. Twee studiegenoten van de HAS, een jongen en een meisje (geen stel).
Hij zit in de maatschap. Tussen het melken door doet hij een fulltime kantoorjob, ‘s avonds bestuurswerk en op vakantie is op studiereis.
Zij laat de maatschap thuis als mogelijkheid voor een zus die ook boer wil worden en kiest voor buitenland. Werkt als medewerker en gaat vast ooit een keer ergens voor zichzelf beginnen.

Voor beide zie ik het helemaal voor me dat ze een bedrijf leiden. Reële jonge mensen met kennis van zaken. Ze weten dat ze niet voor een makkelijk beroep kiezen. Maar ze weten nog zekerder dat het wel een mooi beroep is.

Afrekenen? belasting en emigratie

on 25 maart 2010

artikel uit Agrarisch Dagblad, 22 mrt 2010

Emigratie is bedrijfsvoortzetting

De verplaatsing van een landbouwbedrijf naar het buitenland is niet in alle opzichten een bedrijfsbeëindiging in Nederland.
Dat blijkt uit een uitspraak van de Hoge Raad in een belastingzaak.

De belastingdienst wilde bij een melkveebedrijf een stokje steken voor de geruisloze doorschuiving van vader naar zoon, omdat het bedrijf daarna werd verplaatst naar Duitsland. Volgens de belastinginspecteur werd het bedrijf niet voortgezet, wat tegen een van de voorwaarden is van het geruisloos doorschuiven.

De Hoge Raad stelt nu dat verplaatsing niet automatisch leidt tot staking van het bedrijf. De kwestie speelt sinds 2004 toen de fiscus onderzoek deed bij het bedrijf. De melkveehouder kreeg bij de rechtbank gelijk, maar het gerechtshof in Arnhem stelde de inspecteur in het gelijk. Nu heeft de Hoge Raad een eindoordeel geveld, dat weer in het voordeel van de melkveehouder is.

In een andere kwestie heeft de Hoge Raad gekeken of de opbrengst van melkquotum mag worden ingezet als een herinvesteringsreserve voor de voortzetting van een bedrijf in Duitsland. Ook hier oordeelde de lagere rechter dat de Duitse onderneming niet kon worden aangemerkt als voortzetting van het bedrijf in Nederland. Maar de Hoge Raad is het daar in dit geval niet mee eens. De Hoge Raad zegt dat door de verplaatsing naar het buitenland de aard van het bedrijf niet verandert. Dat een veehouder in Duitsland levert aan een andere afnemer doet daaraan niet af.

In beide gevallen moet het gerechtshof opnieuw naar de kwestie kijken, rekening houdend met de uitspraak van de Hoge Raad.

In de reacties wordt al gespeculeerd of dit zelfs beleid zou moeten worden, zodat in Nederland heel snel een hobby / park landbouw over kan blijven.

Hans uit Brasil zegt:
Er zijn 3 groepen boeren: die stoppen, die weggaan en die doorgaan. Voor alle 3 groepen moeten stimuleringsregels gemaakt worden, zodat die, die willen stoppen dat ook vlot doen, en die, die weg willen even zo, en voor de overblijvers, regels die er voor zorgen dat de NL landbouw niet veel groter is dan zelfvoorzienend. Als je niet exporteert, zoals Canada met z’n melk, dan kun je regels bedenken om je eigen boerenstand te beschermen, andere landen hebben dan geen last van je beschermingsmaatregelen. Dus bijv. boeren die weg willen, fiscaal onder bedrijfsvoortzetting laten vallen, financiering (misschien ook quotum) ook eventueel laten meenemen, alleen maar beter voor de blijvers. Stoppers ook aanmoedigen, ook beter voor de blijvers. De blijvers stimuleren voor biologisch, niet omdat dat beter of leuker is, maar omdat het veel makkelijker te beschermen is, voor producten vanuit het buitenland, biologisch is nou eenmaal veel “regionaler”.

Dat betekent wel tot zo’n 70% minder produktie in Nederland. En allerlei nederlanders die elders willen produceren maar misschien niet écht emigrant zijn. Goed idee? Of loopt het zo’n vaart niet?

Het zijn harde tijden voor de Franse melkveehouder

on 15 maart 2010

Franse boer in rusteFranse boer is globalisering beu

CHAROLLES – Hoge scores voor het Front National op het Franse platteland. De boeren willen de grenzen op slot.

Het zijn harde tijden voor de Franse boer, met name voor hen die een melkveebedrijf hebben. De dramatisch gedaalde melkprijzen waren begin deze maand bij de opening van de jaarlijkse landbouwbeurs zelfs aanleiding om de sector dood te verklaren.

WAIT! There is more to read… read on »

Europa landbouw instituties

on 14 maart 2010

Exportprodukt: landbouwkennis

Naar aanleiding van FDRL, die stichting in Rusland bestaande uit samenwerkende veehouderij gerelateerde agribusiness uit Nederland, uit dit bericht.

Dit lijkt me een mooie verdere stap op weg naar NL agro-kennis exportland. In plaats van vlees en melk exporteren, fokvee en stalinrichting exporteren, dat gebeurde al een tijdje. De resultaten met zulk vee of zo’n stal bij de ontvangers vallen soms tegen, omdat de kennis en het management niet mee exporteert. Betrokken bedrijven zoeken dus naar een stap verder; samenwerking met de overheid om ook de sector eromheen op orde te krijgen. Zo komen we bij de export van gespecialiseerde diensten en kennis op agrogebied. Twee vragen komen bij me op:

1 Wordt er gebruik gemaakt van de kennis van nederlandse geemigreerde boeren?

2 Zouden dergelijke initiatieven niet ook binnen de EU moeten gebeuren? Op een bij het land passende manier?