Duurzaamheid is helemaal losgebarsten als issue in de melkveehouderij. De Boerderij staat er vol van, NZO en LTO slaan de handen ineen met een groot project Duurzame Zuivelketen, FrieslandCampina heeft een versnelling ingezet. Hoe voorkom je windowdressing en maak je duurzaamheid aantoonbaar?
Bij het project ‘Duurzaam Boer Blijven’ hebben ze al jaren ervaring. Het project is bedoeld om beter te presteren voor boer (financieel, maar ook werkplezier), koe (dierwelzijn) en aarde (milieu). Die betere prestaties moeten ook aantoonbaar zijn, dan pas is het overtuigend. Uiteindelijk moet een goede score-kaart ook leiden tot voordeel voor het bedrijf. Denk bijvoorbeeld aan meer vertrouwen van Gemeente of Waterschap, maar ook aan een uitbetaling op groene diensten of een plus op de melkprijs van de melkfabriek.
Bij ‘Duurzaam Boer Blijven’ denkt men dat kringlopen sluiten uiteindelijk de beste manier is om in Nederland duurzaam melkvee te houden. Om kringlopen te sluiten moet krachtvoer en kunstmestgift verminderd worden, en komt de relatie vee – mest – weide (of akker) in zicht. Hieronder een filmpje.
Om lage krachtvoerkosten te realiseren moet de benutting van het eigen ruwvoer omhoog. Laagsgewijs inkuilen, de rol van een voermengwagen en het voeren van een trage energiebron (pulp) ten opzichte van een snelle (geplette tarwe) komen aan bod. Uitgelegd wordt dat de KVEM benutting van het eigen land, zoals berekend wordt vanuit de BEX en door vele adviseurs en boekhouders, een rapportcijfer geeft voor de benutting van het eigen voer.
Is maximale ruwvoerbenutting inderdaad de meest duurzame manier van melkveehouderij?
Afschaffing van de Europese suikerquota leidt, in combinatie met verlaging van importtarieven, tot verhoging van de suikerproductie met 10% en een daling van de prijs van suiker en suikerbieten. Het boereninkomen daalt met gemiddeld 5 à 7% afhankelijk van het type en de locatie van het akkerbouwbedrijf. Voor het totale akkerbouwcomplex, inclusief de bietenverwerkende industrie, zullen de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid licht toenemen.
Groeiende markt voor suiker Door de toenemende welvaart zal de consumptie van suiker tot 2020 wereldwijd toenemen met circa 20%. De suikerprijzen op de wereldmarkt zullen instabiel zijn door het fluctuerende aanbod en de afgenomen voorraden. De stijgende vraag zal de prijs doen stijgen, na een eerste daling ten opzichte van de momenteel relatief zeer hoge wereldprijzen.
Arme landen krijgen het moeilijker Wanneer alléén gekeken wordt naar het afbouwen van de marktbescherming voor de suikerbietenteelt – los van verandering in het quotabeleid- zien we dat daarbij de Nederlandse suikerbietentelers er in inkomen op achteruit gaan. De suikerriettelers in de armste ontwikkelingslanden komen echter veel meer in het gedrang als ze op de Europese markt moeten concurreren met efficiëntere suikerrietlanden.
De gevolgen voor arme landen kunnen aanzienlijk zijn. De minst-ontwikkelde landen en de Afrikaanse landen, de Cariben en de Stille Oceaan (de ACP-landen) betalen tot nu toe zeer lage of geen importtarieven voor suikerexport naar de Europese Unie. Dat voordeel raken ze kwijt en de concurrentie met landen als Brazilië kunnen ze veelal niet aan.
Om meer inzicht te krijgen in de ecologische voetafdruk van ons voedsel, heeft het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie het LEI gevraagd een beeld te geven van de herkomst en bestemming van in Nederland geconsumeerde en geproduceerde voedingsmiddelen. Hieruit blijkt dat voor veel agrarische producten, die de basis vormen voor voedingsmiddelen, de voorzieningsgraad groter is dan 100%.
Dit betekent dat Nederland van veel agrarische producten meer produceert dan het consumeert, zo blijkt uit de nota Verduurzaming voedselproductie. Met name geldt dat voor kaas, kalfsvlees, varkensvlees, pluimveevlees, verse groenten, aardappelen en suiker. Daarentegen is de voorzieningsgraad voor producten als rundvlees, vis, vers fruit en graan relatief laag. Hoewel dat binnen een productgroep sterk uiteen kan lopen. Wat fruit betreft bijvoorbeeld, produceren wij 250% van onze eigen behoefte aan appels en 155% van onze eigen behoefte aan peren, maar bijna geen exotisch fruit.
De meeste agrarische producten in ons land worden geëxporteerd binnen de Europese Unie. Twee derde of meer van de export van de onderzochte producten vindt plaats in de driehoek Londen-Berlijn-Parijs (inclusief België). Ook import van agrarische producten vindt voornamelijk plaats uit EU-landen.
Getverderrie! Zou ijs wat die naam draagt goed verkopen? Als je het spelt als “Get Fair Dairy!” natuurlijk wél. Dat is de naam die ik aandroeg bij de prijsvraag van Ben & Jerry. Nu is “Get Fair Dairy!” één van drie namen in de finale. U kunt allemaal stemmen.
Het filmpje is opgenomen op het melkveebedrijf van mijn zwager, René van der Hulst in Noord Holland. Hij levert aan CONO via het ‘caring dairy’ programma. Dat programma benadrukt -als een soort PeoplePlanetProfit voor de melkveehouderij- dat het niet alleen gaat om eersteklas melk maar ook om ‘blije koeien, blije aarde, blije boer’. Dus niet alleen dierwelzijn of milieu, maar beide. En dan óók nog financieel en qua werkplezier en omgang met de mensen om je heen (werknemers, buurt) een gezonde balans. CONO is daarmee pionier in de melkveehouderij op het gebied van verduurzamen. Ben & Jerry gebruikt CONO melk en pakt het leuk aan om meerwaarde ‘door te vertalen’ naar het eindproduct.
Bij dat verhaal past de naam Get Fair Dairy dan ook echt. Dus kijk hier de andere suggesties en stem!
In het Verenigd Koninkrijk is het zogenaamde tussensegment in vlees en eieren meer populair onder consumenten dan in Nederland. Dit zijn producten die niet biologisch zijn, maar die wel diervriendelijker en duurzamer zijn geproduceerd dan gangbare producten. Het Verenigd Koninkrijk is volgens Wageningen UR een voorbeeld voor Nederland wat betreft het ontwikkelen van dit tussensegment.
De populariteit van het Britse tussensegment is interessant, omdat de Britse aanpak om dierenwelzijn te verbeteren lijkt op de Nederlandse. Zo kent het Verenigd Koninkrijk ook standaarden voor dierenwelzijn en kan de consument producten onderscheiden op dit gebied. De Britse overheid laat dit over aan de markt en de NGO’s, zo blijkt uit de studie Verkenning van dierlijke tussensegmenten in onze buurlanden. Hierin inventariseerden onderzoekers van het LEI en Wageningen UR Livestock Research het tussensegment in varkensvlees, pluimveevlees en eieren in Denemarken, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, België en Frankrijk.
Cultuur In Frankrijk is de aanpak van het verbeteren van dierenwelzijn niet vergelijkbaar. Onderzoekers wijten deze andere aanpak aan een cultuurverschil. Bij Franse retailers is de variatie in het assortiment gerelateerd aan regio of smaak; dierenwelzijn lift mee. De Franse overheid voert een sterke regie over verduurzaming en bundelt haar verduurzamingsambities (voornamelijk milieu) onder de naam ‘Grenelle’. Retailers worden uitgedaagd om integrale verduurzaming na te streven.
Markt In Denemarken speelt het tussensegment nauwelijks een rol van betekenis, behalve in eieren. Voor de Deense overheid spelen klimaat en volksgezondheid (salmonella’s) een belangrijke rol. De Deense dierenbescherming is begonnen dierenwelzijn te verbeteren via de markt in plaats van via wetgeving en de overheid. In Duitsland en België is het tussensegment nog onontgonnen. Gebrek aan regie lijkt een belangrijke oorzaak. Duitsland heeft een latente markt voor het tussensegment. Dit betekent volgens de onderzoekers kansen voor Nederlandse export.
Convenant Het LEI en Wageningen UR Livestock Research voerde het onderzoek uit in opdracht van Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I). Aanleiding is het convenant ‘Marktontwikkeling Verduurzaming Dierlijke Producten’ uit 2009. Het ministerie van EL&I, het bedrijfsleven, belangenorganisaties en de Dierenbescherming tekenden met dit convenant voor meer aandacht voor dierenwelzijn bij het produceren van dierlijke producten. De convenantpartners willen nu zicht hebben op de ontwikkelingen in het tussensegment in de omringende landen.
Wij zijn een jong stel en zijn opzoek naar werk op een veehouderij en/of paardenhouderij in Nw Zeeland?
Weet iemand nog een bedrijf waar ze mensen nodig hebben?
Laat het dan weten. mdehilster1@gmail.com of +31649147052
De training Interactief Strategisch Management (ISM) van het LEI, lijkt goede resultaten op te leveren. Eerder dit jaar hield het LEI een pilot in deze training onder experts uit Polen en Litouwen en melkveehouders uit de Litouwse regio Samogitia en de Poolse regio Masovian.
De pilot in februari en juni van dit jaar leidde volgens de organisatoren tot ‘interessante discussies over toekomstige strategieën’. Met deze ervaringen bereidden Slovenië, Polen en Litouwen de officiële start voor van de training ISM onder hun melkveehouders. Tijdens deze training leren de melkveehouders hoe zij een duurzame bedrijfsstrategie kunnen ontwikkelen. De drie landen houden momenteel nulmetingen voor de training d.m.v. een enquête onder 300 melkveehouders.
Deelnemers Onder de deelnemers aan de pilot bevonden zich experts van het Litouwse en Poolse Landbouw Economisch Instituut, onderzoekers van Oost-Europese universiteiten , afgevaardigden van de landelijke voorlichtingsdiensten en deelnemers van een Oost-Europese fokkerij organisatie.
Onderzoek De training maakt deel uit van een onderzoek naar strategieën van melkveehouders in de drie Oost-Europese landen, en naar de effecten van interactieve leermethoden op strategisch management en ondernemerschap. Dit onderzoek, geleid door Carolien de Lauwere, is getiteld ‘Strategieën van melkveehouders en de rol van interactieve leermethoden op strategisch management, innovatie en ondernemerschap van melkveehouders in Oost- Europa’.