Dat Vreba-Hoff het geld van de een gebruikte om het bedrijf van de ander te bouwen, was bekend. Het is opnieuw in het nieuws, zowel Agrarisch Dagblad als de Volkskrant:
‘Vreba-Hoff schoof met geld boeren’
11 jun 2010 08:00
Vreba-Hoff Dairy Development heeft geld van emigranten gebruikt voor de bouw van andere melkveebedrijven.
Dat zegt oud-stafmedewerker van Vreba-Hoff Ben Huiskamp. Hij was daar betrokken bij de financiering van melkveebedrijven.
Geplaatst door: Josien Kapma op juni 12, 2010 om 17:13
De kritiek op EU landbouwsubsidies is luid. Wat zou het betekenen voor landbouw in de EU landen als de subsidies afgeschaft zouden worden? Dat is de vraag die ten grondslag ligt aan deze LEI publicatie.
Farm viability
Landbouwbedrijven werden daarvoor ingedeeld in 5 klassen van levensvatbaarheid. De meest rode (rechter) categorie bedrijven was sowieso (zelfs met subsidie) al verlieslatend en dus ten dode opgeschreven. De lichtrode categorie schuift op naar rode cijfers, in het geval dat de subsidie wegvalt. De witte categorie kan -zonder subsidie- net ‘break-even’ draaien, maar is geen lange toekomst beschoren. De twee groene categorieën blijven -ook zonder subsidie- uit de rode cijfers. Voor de impact die het achterwege laten van de subsidie heeft, is dus vooral het aandeel categorie 3 en 4, wit en lichtrood interessant. Het blijkt dat op Europees nivo volgens deze studie, toch slechts een betrekkelijk klein aandeel van de bedrijven opschuift van ‘renderend’ naar ‘niet-renderend’. Het grootste deel, meer dan 73% van de melkveehouderijen in de EU is in categorie 2, met behoorlijke perspectieven. Minder dan 10% zit in de categorieen 3 en 4, dit zijn de bedrijven waar subsidie precies het verschil bepaalt tussen positief resultaat en negatief resultaat.
Opvallend is dat de oude EU landen het meest afhankelijk lijken te zijn geworden van subsidie. Oost Europa heeft minder ontvangen en is dus ook minder de klos mocht het ’subsidieinfuus’ eruit getrokken worden.
Melkveehouderij
In de onderstaande grafiek zie je de resultaten voor melkveehouderij. (zowel “ontkoppelde” als produktie gerelateerde subsidies).
(De studie maakt de kanttekening dat de resultaten voor Griekenland, Nederland, Oostenrijk en Portugal te optimistisch zijn doordat ‘ontkoppeling’ daar pas in 2007 plaatsvond.)
Denemarken, Slowakije, Zweden, zijn de lidstaten met het kleinste aandeel melkveehouderijen die een rooskleurige toekomst hebben. Landen met een groot aandeel melkveebedrijven die zonder subsidie zullen verdwijnen (rode categorieen 4 en 5) zijn Slowakije, Malta, Denemarken, en in mindere mate Slovenie en Zweden.
Het leidt tot het volgende kaartje van impact van verdwijnen van subsidie op melkveebedrijven (met voorheen positief inkomen) in Europa:
Zijn die hollanders gek geworden of zo? Die vraag krijg ik net binnen per mail van een portugese collega melkveehouder. “Os Holandeses estão loucos?”
Hij weet dat Nederland een van de grootste verdedigers is binnen Europa van het EINDE van het quotum… in 2015 en liefst nog eerder (zie artikel Quotumafschaffing)
Toen hij vervolgens hoorde van een veeimporteur dat men in Nederland quotum koopt voor 80 eurocent de liter kwam deze vraag bij hem op.
Ik weet niet goed wat te antwoorden. Wie helpt? Zijn Nederlandse melkveehouders gek?
Geplaatst door: Josien Kapma op juni 4, 2010 om 17:11
Ter voorbereiding op de afschaffing van quotum in 2015 is het LEI aan het werk gezet door het ministerie van LNV. Wat zijn de consequenties van de hervormingen voor Nederland? Hoe zorgen we voor een zachte landing, met name voor Nederlandse boeren?
Hoe zorgen voor een zachte landing?
De uitkomst staat in dit rapport, gratis op te vragen (engelstalig): “de meer efficiënte lidstaten, regio’s en boeren zijn in een nadelige positie omdat de quotabeperkingen hen belemmeren in hun aanpassingsproces.” Oftewel, om straks de lagere prijzen en grotere prijsfluctuaties aan te kunnen, is een grotere schaal per bedrijf nodig. In Nederland is het duur en lastig om uit te breiden, omdat het quotum nog altijd beperkend is en dus een (hoge) prijs heeft. Lees meer »
Geplaatst door: Josien Kapma op mei 25, 2010 om 13:00
Vandaag kregen we een lading chips bezorgd. Het wordt zomer, en onze koeien krijgen nu naast bierbostel ook een borrelhapje: doritos en gewone chips. Het gaat om de afgekeurde chips van een fabriek hier in de buurt. Zo wordt van chippies die mensen niet willen een prachtprodukt gemaakt.
Een nederlands bedrijf is op de tussenhandel van reststromen gesprongen. Zo zie je maar, Nederland loopt voorop in duurzame landbouw en nuttig gebruik van reststromen. Cradle-to-cradle. Waar krijgen de koeien nog meer bijprodukten te eten die anders voor een probleem zouden zorgen?
Geplaatst door: Josien Kapma op mei 24, 2010 om 23:05
Kenia is in de ban van Fleckvieh. Verantwoordelijk hiervoor is de Nederlander Gerard Besseling en zijn Fleckviehteam. Speciaal ter promotie van het ras heeft Besseling een zuivere Fleckviehkoe en een Fleckvieh x Holstein kruisling vanuit Zuid Afrika overgevlogen naar Nairobi. Daar trokken ze alle aandacht op de nationale landbouwbeurs. Inmiddels worden de eerste Fleckvieh kruisingskalveren geboren. Hoogtepunt is de geboorte van een tweeling. Dit is zeldzaam in Kenia.
Gerard Besseling en zijn Keniaanse vrouw Lydiah worden sinds de zomer van 2009 volledig in beslag genomen door Fleckvieh. Sinds Lees meer »
In Nederland vinden veel boeren melken ‘a way of life’. De inkomsten lijken vaak bijzaak. In Australië was dat ook zo, maar de tijden veranderen. Het rendementsdenken raakt in. Geen rendement, geen bedrijf. Een reportage over melken in Down Under.
Er zijn nog 7900 melkveebedrijven in Australië. Rond 2000 waren dit er 13.000. De meeste melkveebedrijven zitten in de provincie Victoria, circa 5500. Daarna volgen de provincies New South Wales (850) en Queensland (640).
Victoria en New South Wales zijn de provincies met de hoogste bevolkingsdichtheid. Ze hebben miljoenensteden zoals Sydney en Melbourne. Beide provincies bevinden zich in Zuidoost-Australië.