Tuesday, May 22, 2012

Subsidie-infuus ~Vragen

Zie nog even dat rapport wat ik eerder besprak, ‘Farm Viability’, over de effecten van het stoppen van subsidies. Bij mij rijzen nogal wat vragen als ik dat rapport lees.

1. Efficiente gebieden grootste impact?

Het hele marktreguleringssysteem met quota en subsidies moest op de schop, zodat we vooral binnen Europa melk zouden gaan produceren daar waar dat het goedkoopste kan. Hoe is het mogelijk dat de typische melkgebieden als Denemarken en Oost Duitsland, het meest lijden onder de mogelijke afschaffing van subsidies? Die gebieden gingen toch juist profiteren?

2. In Zuid Europa geen impact?

Heel de zuidEuropese melkveesector lijkt in de studie niet of nauwelijks negatief beïnvloed te worden in het geval van afschaffing van subsidies. Zie bijvoorbeeld het kaartje in Figure 4.5: op 1 regiootje in Italie na, zouden Portugal, Spanje, Italie en Griekenland nauwelijks impact ondervinden. Of Table 5.1: Portugal: 79% (Categorie 1 en 2 opgeteld) heeft geen probleem met economisch resultaat;  Slechts 16% (Categorie 4 en 5 opgeteld) heeft een probleem.

Dat is niet zo. Ik begrijp niet goed waar dit aan ligt.

De studie geeft wel een aantal kanttekeningen:

  • -alleen eerste orde effecten zijn in kaart gebracht.
  • -aandeel van subsidie in totale landbouw productie is sterk verschillend per land (NL: laagste, minder dan 10%, Ierland, Finland tot wel 60%), per sector (veel subsidie: vleesvee, akkerbouw. Geen subsidie: tuinbouw, instensieve veehouderij) en per regio (bergboerenregeling etc)
  • -dataverzameling in melk was in de jaren 2004-2006, daarna kwam een piek (2007/8) en een crisis (2008/9). Ontkoppeling was voor een aantal landen pas in 2007.
  • -de dataset waar het rapport gebruik van maakt is FADN. Deze neemt alleen ‘commerciële’ boerenbedrijven mee. De drempel is per land verschillend. Met name in nieuwe lidstaten is het aandeel niet-commerciële boerenbedrijven groot. (in NL zijn 80% van de bedrijven meegerekend, in Pt slechts de 40% ‘commerciele’ (dus, de 40% grootste).

Een opmerking op een Brits boerenforum geeft een deel van de verklaring. De bedrijven in Noord West Europa zijn misschien groter en goed gemanaged, maar de marges zijn daarom ook maar heel smal en de bedrijven zijn in hoge mate gekapitaliseerd. In zijn eigen woorden:

Also the North West of Europe isn’t all that efficient, we produce large volumes at low margin, so we don’t have the resiliance, if there is a small cut in the margin, we produce large volumes at a loss. The report reckons that our low margins are due to high overhead costs

basically we use a lot of borrowed money, have expensive land and use a lot of paid labour. All of these push up overhead costs and make us less efficient and less resiliant when compared to those countries that don’t do this

We may need to look at how we measure efficiency. We’ve been taught by banks and government that efficiency is maximising output and running expensive highly capitalised businesses. Well they would tell us that wouldn’t they  :o)

Perhaps efficency is really running a business that can pay you a decent living year after year after year, allowing you to build up a pension and generally have a reasonable lifestyle  :o)

(jim webster, here)

3. Subsidie afhankelijkheid hangt samen met quotum

De effecten van quotumverruimingen werken heel verschillend uit op verschillende lidstaten. (Zagen we in die andere LEI studie. ) In landen als Zweden en Portugal is quotum nu al geen factor van belang meer, in NL is het nog altijd de grootste rem op uitbreiding en een akelige opdrijver van de kostprijs van een liter melk.

Hoe verhouden de effecten van quotum zich tot de subsidieafhankelijkheid? Het lijkt alsof de hoog gekapitaliseerde landen het meest profijt hebben bij quotumafschaffing. Het subsidieverhaal zou er in de melkveehouderij wel eens helemaal irrelevant door kunnen worden.

Hoe veranderen verhoudingen in EU?

Tenslotte: Hoe veranderen de onderlinge concurrentieposities in de EU? Deze studie is gedaan door het LEI maar de opdrachtgever was het landbouwministerie in Verenigd Koninkrijk. Kortom NW Europa verschaft zichzelf goed gedocumenteerde ‘bewijzen’, desnoods uit een ander land om maar betrouwbaar te zijn. Zo proberen ze ieder om de eigen hoog-gekapitaliseerde boerenbedrijven in de benen te houden, en elkaar de melkmarkt te bevechten. Onderwijl verdwijnt een hele boerenstand geruisloos in Zuid Europa… een boerenstand die alleen een eigen lokale markt voorziet van melk en dus niemand in de weg zit, maar wel een pijler is (was?) voor de plattelandseconomie.

Waarom is daar niet meer onderzoek van bekend?

G eplaatst door: Josien Kapma op juni 13, 2010 om 2:54

Wie valt om als subsidie infuus eraf moet?

De kritiek op EU landbouwsubsidies is luid. Wat zou het betekenen voor landbouw in de EU landen als de subsidies afgeschaft zouden worden? Dat is de vraag die ten grondslag ligt aan deze LEI publicatie.

Farm viability

Landbouwbedrijven werden daarvoor ingedeeld in 5 klassen van levensvatbaarheid. De meest rode (rechter) categorie bedrijven was sowieso (zelfs met subsidie) al verlieslatend en dus ten dode opgeschreven. De lichtrode categorie schuift op naar rode cijfers, in het geval dat de subsidie wegvalt. De witte categorie kan -zonder subsidie- net ‘break-even’ draaien, maar is geen lange toekomst beschoren. De twee groene categorieën blijven -ook zonder subsidie- uit de rode cijfers. Voor de impact die het achterwege laten van de subsidie heeft, is dus vooral het aandeel categorie 3 en 4, wit en lichtrood interessant. Het blijkt dat op Europees nivo volgens deze studie, toch slechts een betrekkelijk klein aandeel van de bedrijven opschuift van ‘renderend’ naar ‘niet-renderend’. Het grootste deel, meer dan 73% van de melkveehouderijen in de EU is in categorie 2, met behoorlijke perspectieven. Minder dan 10% zit in de categorieen 3 en 4, dit zijn de bedrijven waar subsidie precies het verschil bepaalt tussen positief resultaat en negatief resultaat.

Opvallend is dat de oude EU landen het meest afhankelijk lijken te zijn geworden van subsidie. Oost Europa heeft minder ontvangen en is dus ook minder de klos mocht het ‘subsidieinfuus’ eruit getrokken worden.

Melkveehouderij

In de onderstaande grafiek zie je de resultaten voor melkveehouderij. (zowel “ontkoppelde” als produktie gerelateerde subsidies).

(De studie maakt de kanttekening dat de resultaten voor Griekenland, Nederland, Oostenrijk en Portugal te optimistisch zijn doordat ‘ontkoppeling’ daar pas in 2007 plaatsvond.)

Denemarken, Slowakije, Zweden, zijn de lidstaten met het kleinste aandeel melkveehouderijen die een rooskleurige toekomst hebben. Landen met een groot aandeel melkveebedrijven die zonder subsidie zullen verdwijnen (rode categorieen 4 en 5) zijn Slowakije, Malta, Denemarken, en in mindere mate Slovenie en Zweden.

Het leidt tot het volgende kaartje van impact van verdwijnen van subsidie op melkveebedrijven (met voorheen positief inkomen) in Europa:

H. Vrolijk et al.: Farm viability in the European Union; Assessment of the impact of changes in farm payments, LEI, Den Haag

G eplaatst door: Josien Kapma op juni 12, 2010 om 14:36