Begin 2012 is het LEI overgestapt op het publiceren van de agrarische prijzen exclusief BTW. Voorheen werden de meeste prijzen inclusief BTW of landbouwforfait gepresenteerd. Reden voor deze wijziging is het steeds groter wordende aandeel van agrarische bedrijven dat gebruik maakt van de ondernemersregeling. In de onderstaande tabel is een overzicht weergegeven van agrarische bedrijven die gebruik maken van de ondernemersregeling.

Het aandeel bedrijven dat een BTW-administratie bij moet houden is toegenomen van 45% naar 73%. In de melkveehouderij is het aandeel verdriedubbeld. Deze sector blijft nog wel wat achter. Ook bij varkens- en akkerbouwbedrijven is sprake van een sterke toename. Bij pluimvee- en glastuinbouwbedrijven maakten altijd al bijna alle bedrijven gebruik van de ondernemers-regeling.
Op basis van de bovenstaande ontwikkelingen is gekozen om voortaan de agrarische prijzen exclusief BTW op de website te publiceren. Alle prijzen die tot nu toe inclusief BTW (of landbouwforfait) werden gepresenteerd, zijn vanaf 2000 teruggerekend naar exclusief BTW en opnieuw afgerond. Hierbij kunnen kleine afrondingsverschillen zijn ontstaan. In tabel 2 zijn de BTW en landbouwforfait percentages weergegeven die gebruikt zijn voor de omrekening.

Ook in andere databestanden van het LEI worden sommige gegevens tot nu toe inclusief BTW gepresenteerd. Dit jaar zal ook gewerkt worden om die kengetallen, zoals kostprijs van melk en saldi van dieren en gewassen (zie BINternet), exclusief BTW te gaan presenteren.
This post is syndicated from
LEI Nieuws en Agenda.
G eplaatst door: Persvoorlichting op februari 21, 2012 om 12:28
Reacties:
Opgeslagen in: Geen categorie
Vernatting in het Groene Hart is een beleidsopgave van de rijksoverheid. Het beleid is erop gericht bodemdaling en de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Door de vernattingsopgave staat de huidige manier van melkveehouderij onder druk. Vernatting heeft vooral een negatief effect op de ruwvoerproductie en -kwaliteit op het melkveebedrijf. Ruwvoer van lagere kwaliteit leidt tot minder melkproductie bij de gangbare holstein-friesian (hf)-melkkoe. De blaarkop is een koe waarmee melkveehouders in te vernatten gebieden in principe goed uit de voeten kunnen vanwege zijn ruwvoerefficiëntie.
Geconfronteerd met vernatting moet de melkveehouder keuzes maken en eventueel de bedrijfsvoering aanpassen. Hierbij is de inzet van het type melkkoe van groot belang. Zowel het hf-ras als de blaarkop heeft voor- en nadelen. Doel van de business case is om veehouders een handvat te bieden om keuzes te maken, als zij daadwerkelijk met vernatting worden geconfronteerd.
Doel en afbakening
De business case geeft de melkveehouder inzicht in de mogelijke gevolgen van vernatting op zijn financiële resultaat. Aan de hand van een voorbeeldbedrijf met hf-koeien is getracht een zo nauwkeurig mogelijke inschatting te maken van de te verwachten opbrengsten en kosten wanneer omgeschakeld wordt naar blaarkoppen. De case is expliciet toegeschreven naar een situatie op veengrond. In het geval van klei- of zandgrond zijn de conclusies mogelijk anders; daar worden in een aantal gevallen (voer, mest, loonwerk) namelijk andere parameters gehanteerd. In de case wordt niet ingegaan op de overgangsperiode die aan de orde is bij omschakeling (periode tussen omschakeling van volledig hf naar volledig blaarkoppen) omdat de resultaten van een bedrijf op een bepaald moment beschreven worden. De omschakeling naar een blaarkopbedrijf vergt een aantal jaren omdat de veestapel in zijn geheel vervangen moet worden.
Conclusies
- Zonder vernatting, natuur- en of landschapsbeheer lijkt het mogelijk om met blaarkoppen hetzelfde inkomen te genereren als met hf-melkkoeien. Ondanks de onzekerheid in opbrengsten- en kostenposten ligt het inkomen op het voorbeeldbedrijf in de huidige en toekomstige situatie zonder vernatting in principe dicht bij elkaar.
- Door vernatting, natuur- en/of landschapsbeheer kunnen de inkomsten op het voorbeeldbedrijf worden verhoogd met subsidies/beheervergoedingen. Deze extra subsidies komen bovenop de inkomenstoeslagen vanuit het EU-beleid. Om deze gelden te krijgen moet een bedrijf voldoen aan de gestelde beheerdoelen voor de betrokken beheertypen. Met andere woorden; de natuurdoelen moeten wel gehaald worden.
- Door gebruik te maken van verschillende beheersubsidies wordt het bedrijf afhankelijker van deze opbrengsten. Er kan niet zonder meer van worden uitgegaan dat de subsidiebedragen voor verschillende ‘groene’ diensten in de toekomst gelijk blijven. Daarnaast kan de hervorming van het landbouwbeleid na 2013 zorgen voor extra bedrijfstoeslagen, wanneer deze in de nieuwe situatie meer afhangen van ‘groen/blauwe’diensten.
- Omschakeling van hf- naar blaarkoppen betekent een grote verandering voor een boerenbedrijf Iedere bedrijfssituatie is verschillend. Daarom is het voor veehouders die overwegen met blaarkoppen aan de slag te gaan aan te bevelen om in overleg met adviseurs (en mogelijk ook overheden en natuurverenigingen) een zorgvuldig omschakelingsplan op te stellen. Hierin kunnen alle bedrijfs- en locatiespecifieke risico’s en onzekerheden worden opgenomen voor een op maat gemaakte business case.
This post is syndicated from
LEI Nieuws en Agenda.
G eplaatst door: Persvoorlichting op februari 20, 2012 om 16:45
Sinds enige tijd wordt de veehouderij in noordwest Europa geconfronteerd met de gevolgen van een nieuwe dierziekte die veroorzaakt wordt door het Schmallenbergvirus. Dit virus heeft niet alleen gevolgen voor de gezondheid van de dieren maar ook voor de bedrijven en de veehouderijsector. Omdat de uitbraak nog niet achter de rug is, is het op dit ogenblik niet mogelijk om de totale economische schade al goed vast te stellen. Maar er zijn een aantal vragen waar we wel al antwoord op kunnen geven. Zie hiervoor het Factsheet Schmallenbergvirus.
This post is syndicated from
LEI Nieuws en Agenda.
G eplaatst door: Persvoorlichting op januari 30, 2012 om 16:32
Reacties:
Opgeslagen in: Geen categorie
De melkveebedrijven in Nederland scoren qua resultaat niet meer zo goed in de EU als 10 jaar geleden. In 2006-2008 is Nederland in vergelijking met 7 andere landen op de ranglijst gezakt van plaats 2 naar plaats 4 wat betreft het inkomen uit bedrijf.
Dat blijkt uit het artikel Nederlandse melkveehouderij zakt terug in EU-kopgroep van het LEI, onderdeel van Wageningen UR.
This post is syndicated from
LEI Nieuws en Agenda.
G eplaatst door: Persvoorlichting op januari 24, 2012 om 12:27
Melkveebedrijven die weidegang toepassen, behalen geen hoger inkomen dan bedrijven die dat niet doen, zo blijkt uit een analyse met gegevens uit het BedrijvenInformatienet van het LEI. Bedrijven die recent zijn gestopt met weidegang halen wel een lager inkomen, vooral doordat ze flink hebben geïnvesteerd in stallen en installaties.
Dat blijkt uit het artikel Geen duidelijk inkomensverschil tussen beweiders en niet-beweiders van het LEI, onderdeel van Wageningen UR.
This post is syndicated from
LEI Nieuws en Agenda.
G eplaatst door: Persvoorlichting op januari 24, 2012 om 12:16
Afschaffing van de Europese suikerquota leidt, in combinatie met verlaging van importtarieven, tot verhoging van de suikerproductie met 10% en een daling van de prijs van suiker en suikerbieten. Het boereninkomen daalt met gemiddeld 5 à 7% afhankelijk van het type en de locatie van het akkerbouwbedrijf. Voor het totale akkerbouwcomplex, inclusief de bietenverwerkende industrie, zullen de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid licht toenemen.
Dit schrijft het LEI in het rapport Wel of geen suikerquotering? Economische gevolgen voor sector, keten, internationale marktverhoudingen en derde wereld. Het voorstel om de suikerquota af te schaffen wordt in Brussel besproken en verlaging importtarieven wordt besproken in WTO-verband.
Groeiende markt voor suiker
Door de toenemende welvaart zal de consumptie van suiker tot 2020 wereldwijd toenemen met circa 20%. De suikerprijzen op de wereldmarkt zullen instabiel zijn door het fluctuerende aanbod en de afgenomen voorraden. De stijgende vraag zal de prijs doen stijgen, na een eerste daling ten opzichte van de momenteel relatief zeer hoge wereldprijzen.
Arme landen krijgen het moeilijker
Wanneer alléén gekeken wordt naar het afbouwen van de marktbescherming voor de suikerbietenteelt – los van verandering in het quotabeleid- zien we dat daarbij de Nederlandse suikerbietentelers er in inkomen op achteruit gaan. De suikerriettelers in de armste ontwikkelingslanden komen echter veel meer in het gedrang als ze op de Europese markt moeten concurreren met efficiëntere suikerrietlanden.
De gevolgen voor arme landen kunnen aanzienlijk zijn. De minst-ontwikkelde landen en de Afrikaanse landen, de Cariben en de Stille Oceaan (de ACP-landen) betalen tot nu toe zeer lage of geen importtarieven voor suikerexport naar de Europese Unie. Dat voordeel raken ze kwijt en de concurrentie met landen als Brazilië kunnen ze veelal niet aan.
This post is syndicated from
LEI Nieuws en Agenda.
G eplaatst door: Persvoorlichting op december 6, 2011 om 17:05
De training Interactief Strategisch Management (ISM) van het LEI, lijkt goede resultaten op te leveren. Eerder dit jaar hield het LEI een pilot in deze training onder experts uit Polen en Litouwen en melkveehouders uit de Litouwse regio Samogitia en de Poolse regio Masovian.
De pilot in februari en juni van dit jaar leidde volgens de organisatoren tot ‘interessante discussies over toekomstige strategieën’. Met deze ervaringen bereidden Slovenië, Polen en Litouwen de officiële start voor van de training ISM onder hun melkveehouders. Tijdens deze training leren de melkveehouders hoe zij een duurzame bedrijfsstrategie kunnen ontwikkelen. De drie landen houden momenteel nulmetingen voor de training d.m.v. een enquête onder 300 melkveehouders.
Deelnemers
Onder de deelnemers aan de pilot bevonden zich experts van het Litouwse en Poolse Landbouw Economisch Instituut, onderzoekers van Oost-Europese universiteiten , afgevaardigden van de landelijke voorlichtingsdiensten en deelnemers van een Oost-Europese fokkerij organisatie.
Onderzoek
De training maakt deel uit van een onderzoek naar strategieën van melkveehouders in de drie Oost-Europese landen, en naar de effecten van interactieve leermethoden op strategisch management en ondernemerschap. Dit onderzoek, geleid door Carolien de Lauwere, is getiteld ‘Strategieën van melkveehouders en de rol van interactieve leermethoden op strategisch management, innovatie en ondernemerschap van melkveehouders in Oost- Europa’.
This post is syndicated from
LEI Nieuws en Agenda.
G eplaatst door: Persvoorlichting op augustus 30, 2011 om 12:19